Home > Reisinfo > Europese Passagiersrechten

Europese Passagiersrechtenverordening

1. Inleiding

In het hiernavolgend artikel proberen wij de Verordening nr. 216/2004 van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten, ook de Europese passagiersrechtenverordening genoemd, verder in deze tekst omschreven als DE VERORDENING, te verduidelijken. Hierbij wordt ook rekening gehouden met, soms recente, uitspraken van het Europees Hof voor Justitie.

2. Rechtsinstrumenten

De Verordening (= een Europese wet) is er niet zomaar gekomen. Zij vormt een stap in de uitbreiding van de consumentenrechten en werd voorafgegaan door:

a) het Verdrag van Montreal van 28 mei 1999 tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationaal luchtvervoer. Dit verdrag, dat door de E.U. op 5 april 2001 werd goedgekeurd, bepaalt de aansprakelijkheid van de luchtvervoerders en bepaalt regels voor vertraging van passagiers en bagage, alsook voor overlijden en/of letsels aan passagiers en schade aan hun bagage.

NOTA
Ongeveer 60 landen hebben het Verdrag van Montreal geratificeerd. De landen die dit (nog) niet hebben gedaan vallen (nog) onder het Verdrag van Warschau van 12 oktober 1929 en haar talrijke aanpassingen (Protocollen)

b) De Richtlijn 90/314 van 13 juni 1990 betreffende pakketreizen, met inbegrip van vakantiepakketten en rondreispakketten, gekend onder de benaming Pakketrichtlijn, omgezet in de Belgische wetgeving door de Wet van 16 februari 1994 tot regeling van het contract tot reisorganisatie en reisbemiddeling, gekend onder de benaming Reiscontractenwet, die ten laatste begin 2018 zal vervangen worden door een nieuwe reiscontractenwet op basis van de Richtlijn 2015/2302 van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen.

3. Toepassingsgebied van de Verordening

a) De Verordening slaat op alle de vluchten, zowel lijndiensten als charters, ook deze die een onderdeel uitmaken van een pakketreis, maar dan wel rekening houdend met punt b) en c).

b) De Verordening slaat op alle vluchten die vertrekken vanuit een luchthaven gelegen in een E.U. Lidstaat, Noorwegen, Zwitserland en IJsland (ook communautaire luchtvaartmaatschappij genoemd).

c) De Verordening slaat ook op alle vluchten die vertrekken vanuit een luchthaven gelegen buiten een E.U.-Lidstaat, Noorwegen, Zwitserland en IJsland met als bestemming een luchthaven in een E.U.-Lidstaat, Noorwegen, Zwitserland en IJsland en die worden uitgevoerd door een communautaire luchtvaartmaatschappij.

d) De heen- en terugvlucht moeten apart worden behandeld, zelfs al staan ze op één ticket. Als zowel de heen- als terugvlucht getroffen worden ontstaan er dus twee dossiers (Europees Hof Justitie 10.97.2007 zaak Schenkel).

e) Het betreft altijd de luchtvaartmaatschappij die effectief de vlucht uitvoert.

NOTA
Bijv.: een vlucht van New York Newark naar Brussel, uitgevoerd door United Airlines maar met een SN–vluchtnummer valt niet onder de Verordening.
Een vlucht die normaal door een communautaire luchtvaartmaatschappij wordt uitgevoerd maar door bijzondere omstandigheden wordt uitgevoerd door een (toevallig) vervangtoestel van een andere maatschappij valt wel onder de Verordening.

e) De reiziger moet beschikken over een bevestigde reservatie en moet de checkinformaliteiten tijdig hebben vervuld.

f) Gratis tickets of tarieven die niet aan een publiek tarief toegankelijk zijn (bij AD tickets) vallen niet onder de Verordening.

g) De verplichtingen voortspruitend uit de Verordening kunnen door de luchtvaartmaatschappij, bijv. door hun Algemene Voorwaarden, niet worden beperkt of teniet gedaan.

h) Bij problemen dient de betrokken luchtvaartmaatschappij de reiziger schriftelijk over zijn rechten te informeren.

4. Annulering

a) Definitie: het niet uitvoeren van een geplande vlucht waarop ten minste één plaats was geboekt.

b) De luchtvaartmaatschappij is er toe gehouden:

i) zo snel mogelijk terug te betalen of een andere voor de reiziger passende vlucht aan te bieden en
ii) bijstand te bieden bestaande uit minstens eten en drinken, 2 telefoons/faxen/emails en adequate informatie en
iii) voor zover aangewezen: hotelaccommodatie en transfer en
iv) een financiële compensatie uitbetalen ten bedrage van:
- 250 € voor vluchten van minder dan 1.500 km;
- 400 € voor intracommunautaire vluchten (binnen de E.U. en Noorwegen, Zwitserland, IJsland) van meer dan 1.500 km;
- 400 € voor andere vluchten van 1500 tot 3500 km;
- 600 € voor alle andere vluchten.

NOTA
De financiële compensatie is niet verschuldigd indien:

a) de reiziger tijdig werd verwittigd.
i) met “tijdig” wordt bedoeld, meer dan twee weken voor de afreis;
ii) indien de annulering tussen de twee en één week voor afreis wordt gemeld en er een andere vlucht wordt aangeboden die niet eerder dan twee uur voor de geplande vertrektijd vertrekt en niet meer dan vier uur later dan de geplande aankomsttijd aankomt;
iii)) indien de annulering minder dan één week voor afreis wordt gemeld en er een andere vlucht wordt aangeboden die niet eerder dan een uur voor de geplande vertrektijd vertrekt en niet meer dan twee uur later dan de geplande aankomsttijd aankomt, geldt de Verordening niet.

b) de luchtvaartmaatschappij beroep doet op buitengewone omstandigheden.

Een technisch defect kan enkel onder het begrip “buitengewone omstandigheden” vallen indien het probleem voortvloeit uit gebeurtenissen die wegens hun aard of hun oorsprong niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij en waarop deze geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen (Hof Justitie 22.12.2008 zaak Wallemin).

Een technisch probleem dat zich plotseling heeft voorgedaan, niet aan gebrekkig onderhoud is toe schrijven en evenmin tijdens een regulier onderhoud is ontdekt, valt niet onder het begrip “buitengewone omstandigheden” (Hof Justitie, 11.09.2015, zaak van der Lans)

In verband met de uitbarsting van de IJslandse vulkaan stelde het Hof van Justitie dat dit inderdaad een “buitengewone omstandigheid” was. Het Arrest voegde er echter aan toe: “De bijstandsverplichtingen van de luchtvaartmaatschappijen blijven bestaan in geval de “buitengewone omstandigheden” lang aanslepen. Indien de luchtvaartmaatschappij haar bijstandsverplichtingen niet nakomt kan de passagier aanspraak maken op een vergoeding voor noodzakelijke, passende en redelijke kosten” (Hof Justitie 31.01.2013 zaak McDonaugh).

Een “birdstrike waardoor een vertraging van meer dan drie uur ontstaat is geen “bijzondere omstandigheid (Advies advocaat-generaal Hof Justitie 28.07.2016 zaak Peskova).

Een botsing met een mobiele vliegtuigtrap is geen “buitengewone omstandigheid” (Hof Justitie 19.12.2014 zaak Siewert).

c) Ook als het vliegtuig is vertrokken en moet terugkeren naar de luchthaven van vertrek is er sprake van annulering (Hof Justitie 13.11. 2011 zaak Soussa Rodriguez).

5. Instapweigering

a) Definitie: weigering om de reiziger te vervoeren zonder redelijke gronden. Redelijke gronden zijn: gedrag van de passagier, ontoereikende reisdocumenten, enz.).

b) De luchtvaartmaatschappij is verplicht een oproep te doen aan de niet-geweigerde reizigers om hun vlucht op te geven ten gunste van “geweigerde” reizigers.

c) De “vrijwilligers” hebben recht op:
i) terugbetaling of een andere voor de reiziger passende vlucht;
ii) bijstand bestaande uit minstens eten en drinken, 2 telefoons/faxen/emails en adequate informatie;
iii) voor zover aangewezen: hotelaccommodatie en transfer.

d) de geweigerde reiziger heeft recht op:
i) snelle terugbetaling of een andere voor de reiziger passende vlucht en
ii) bijstand bestaande uit minstens eten en drinken, 2 telefoons/faxen/emails en adequate informatie en
iii) voor zover aangewezen: hotelaccommodatie en transfer en
iv) een financiële compensatie ten bedrage van:
- 250 € voor vluchten van minder dan 1.500 km;
- 400 € voor intracommunautaire vluchten (binnen de E.U. en Noorwegen, Zwitserland, IJsland) van meer dan 1.500 km.
- 400 € voor andere vluchten van 1500 tot 3500 km
- 600 € voor alle andere vluchten.

6. Langdurige vertraging 

(Europees Hof Justitie 19.11.2009 zaak Surgeon – 23.10.2012 zaak Nelson)

a) Definitie: Aankomsttijd: het tijdstip waarop ten minste één vliegtuigdeur opent en de passagiers op dat tijdstip het toestel verlaten (Hof Justitie 09.09.2012 zaak Henning).

b) De reiziger heeft dezelfde rechten als bij annulering (zie punt 4.) indien de vertraging:
i) meer dan twee uur bedraagt voor een vlucht van minder dan 1500 km;
ii) meer dan drie uur bedraagt voor een vlucht van 1500 tot 3500 km;
iii) meer dan vier uur bedraagt voor alle andere vluchten.

c) indien de reiziger afziet van de vlucht: snelle terugbetaling of een andere voor de reiziger passende vlucht en

d) bijstand bestaande uit minstens eten en drinken, 2 telefoons/faxen/emails en adequate informatie en

e) voor zover aangewezen: hotelaccommodatie en transfer.

NOTA
Bij langdurige vertraging heeft de reiziger geen recht op compensatie.

7. Diverse

a) De Verordening is van toepassing onverminderd het recht van de reiziger op nog andere compensatie, voortspruitend uit andere wetgeving.

b) Eventueel kan de compensatie uit hoofde van de Verordening in mindering worden gebracht bij een verdere compensatie.

c) Bij flight only staat het de reiziger vrij om zijn werkelijke en bewezen schade voor vertraging te vorderen bij de luchtvaartmaatschappij uit hoofde van het Verdrag van Montreal.

d) Bij flight only staat het de reiziger vrij om zijn werkelijke en bewezen schade voor instapweigering en annulering te vorderen bij de luchtvaartmaatschappij uit hoofde van het gemeen recht.

e) Bij een pakketreis kan de reiziger de compensatie vorderen van de luchtvaartmaatschappij. Hij kan dit niet vorderen van de reisorganisator.

f) Bij een pakketreis kan de reiziger zijn werkelijke en bewezen schade voor vertraging, instapweigering of annulering vorderen bij de luchtvaartmaatschappij of bij de reisorganisator.

g) Zowel de luchtvaartmaatschappij als de reisorganisator zijn bijstand verschuldigd aan de reiziger.

h) In geval van overmacht kan de reisorganisator de bijstandskosten ten laste leggen van de passagier. De luchtvaartmaatschappij kan dit niet.

8. Aanspreekpunten

Aangezien het hier een zuiver “reizigersrecht” betreft kan, in principe, enkel de reiziger (dus niet het reisbureau) zijn rechten afdwingen. De klacht dient dus door de reiziger zelf te worden geformuleerd en ingediend op de hierna volgende wijze:
- de reiziger moet tijdens de feiten zelf, zijn rechten opeisen. Wat betreft “bijstand en/of verzorging” lukt dit meestal wel. Compensaties worden vrijwel nooit ter plaatse geregeld;
- zo snel mogelijk na de reis de klacht indienen bij de luchtvaartmaatschappij. Indien de luchtvaartmaatschappij een vestiging heeft in België, liefst in België:
- indien de klacht door de luchtvaartmaatschappij niet bevredigend wordt behandeld kan men klacht indienen bij:

a) de overheid
De bevoegde overheid kan alleen optreden na de feiten, zij levert dus geen bijstand op de luchthaven. De bevoegde dienst is:
FOD Mobiliteit en Vervoer,
Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV)
Strategische Cel – Passagiersrechten
City Atrium (6de verdieping – locker PAX)
Vooruitganssstraat 56,

b) Claim bureaus
Er zijn een aantal privé bedrijven die, tegen vergoeding (doorgaans een percentage van het geëiste bedrag), de reiziger bijstaan om hun rechten te vrijwaren.